Wouter Welling bij het UWV | MOOC ‘Digitalisering doet ertoe’  | 9 april

Wouter Welling bij het UWV | MOOC ‘Digitalisering doet ertoe’ | 9 april

 

Op dinsdag 9 april vond er op het hoofdkantoor van het UWV, in Amsterdam een bijeenkomst plaats met Wouter Welling, presentator van de MOOC ‘Digitalisering doet ertoe’. Onderwerp van de bijeenkomst was de digitalisering van de overheid en de dilemma’s die digitalisering inherent met zich meebrengt.

Met een groep medewerkers van het UWV ging Wouter Welling het gesprek aan over deze dilemma’s. Leidraad voor het gesprek waren de inzichten van de MOOC die Welling presenteerde. In ieder inzicht van de MOOC kwam een ander deelonderwerp van digitalisering aan bod. Tijdens de bijeenkomst passeerden digitale identiteit, digitale inclusie, de rol van het algoritme en digitale grondrechten de revue.

De bijeenkomst werd afgetrapt met digitale identiteit: “Hoewel er op allerlei vlakken veel winst wordt geboekt met de digitale ontwikkeling van de overheid, zitten er ook een aantal keerzijden aan de digitale transitie.” Het onderwerp digitale identiteit, ofwel de digitale gegevens die we achterlaten als we online zaken regelen, maakte meteen veel los. Als je gebruik maakt van online diensten, zowel in de private sector als de publieke sector, laat je namelijk persoonsgegevens achter. In hoeverre ben je dan  werkelijk vrij om te bepalen wat je wel en niet wilt delen? Welke aanbieders van digitale diensten accepteren jouw vrijheid om iets wel of niet te delen?

Naast het achterlaten van gegevens, was ook digitale inclusie één van de onderwerpen die werden aangestipt tijdens de bijeenkomst: “Dat de overheid veel meer zaken digitaal regelt is mooi voor de mensen die begrijpen hoe ze met deze digitale veranderingen moeten omgaan, maar heel lastig voor de mensen die niet digitaal vaardig zijn.” Moet je de digitale infrastructuur ontwerpen voor een autonome burger of voor de afhankelijke burger? Moet je accepteren dat sommige mensen niet kunnen meekomen, of moet je ervoor zorgen dat iedereen kan meekomen? Is dat überhaupt mogelijk?

Een andere uitdaging op het gebied van digitalisering die de medewerkers van het UWV vanuit hun eigen werk belangrijk vonden, is het dilemma dat zich voordoet met het gebruik van algoritmen. Algoritmen zorgen er enerzijds voor dat veel zaken automatisch geregeld kunnen worden. Anderzijds zijn algoritmen een generieke oplossing, die vaak geen rekening houdt met afwijkende gevallen. Is het mogelijk om in die algoritmes zo aan te passen dat ze van de standaardregel kunnen afwijken in specifieke gevallen?

Aan het einde van de bijeenkomst kwamen ook de digitale grondrechten, en met name het ontbreken daarvan, ter sprake: “In het door ontwikkelen van onze digitale infrastructuur zijn we eigenlijk een beetje vergeten om regels op te stellen voor, bijvoorbeeld, het registreren van data.” Wouter Welling gaf het UWV mee dat er een kans ligt voor Nederland en Europa om koploper te worden in het ontwikkelen van technologieën die digitale grondrechten waarborgen.

De bijeenkomst werd een dialoog waarin de medewerkers van het UWV vanuit hun eigen achtergrond hun mening en ideeën deelden met Wouter Welling. Zeker met lastige onderwerpen, zoals digitalisering, is het belangrijk om de dialoog aan te gaan en samen te kijken hoe we verbetering kunnen aanbrengen in het huidige beleid. Wil je meer weten over de onderwerpen uit dit verslag? Kijk dan de MOOC ‘Digitalisering doet ertoe’!

Verslag Reuring!Café #91 | De overheid als databedrijf | 1 april

Verslag Reuring!Café #91 | De overheid als databedrijf | 1 april

Op maandagavond 1 april vond in het kader van de MOOC ‘Digitalisering doet ertoe’ de 91ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal data. De overheid verandert steeds meer in een datagedreven organisatie. Met data vult de belastingdienst onze belastingformulieren vooraf in, brengt de AIVD veiligheidsrisico’s in kaart en bepaalt de SVB wie wel en wie geen kinderbijslag ontvangt. Het verzamelen van data, waaronder persoonsgegevens en informatie over inkomens, tracht de dienstverlening van de overheid naar de burger onder meer te verbeteren. Tot wanneer is het vastleggen van deze data echter maatschappelijk verantwoord? Hoe blijft de overheid voldoen aan alle ethische principes en aan onze grondrechten? Het verzamelen van gegevens door de overheid vraagt om een gemeenschappelijke actie rondom wat de publieke sector en burgers correct en acceptabel vinden. Hoe geven we die samen vorm? Hoe leert de overheid de ‘taal van data’ spreken? Wat is er nodig voor het waarborgen van doelbinding, proportionaliteit en maatschappelijk draagvlak?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma’s van datagebruik binnen de overheid. Het panel van dit Reuring!Café was wederom divers. De overheid en de private sector waren beiden vertegenwoordigd.

Kansen en plichten van data

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Marieke van Wallenburg, directeur-generaal Overheidsorganisatie bij het ministerie van BZK. Voordat Van Wallenburg het debat startte, opende zij in haar rol als jurylid de Verkiezing Beste Overheidsorganisatie van het Jaar. Ze legde uit waarom men de Beste Overheidsorganisatie van het Jaar zou moeten nomineren. Ze noemde het belang van de verkiezing en riep op om organisaties te aan te melden. Ben of ken jij een parel binnen het openbaar bestuur? Nomineer deze hier!

Over het aanstaande debat zei Van Wallenburg vervolgens dat zij hoopte het te kunnen hebben over de kansen van data, maar ze stelde vooral ook aandacht te willen besteden aan de plichten die datagebruik met zich meebrengt. Wat betekent het bijvoorbeeld voor onze grondrechten? Van Wallenburg sprak uit het mooi te vinden hierover met een voltallig vrouwelijk panel in gesprek te kunnen.

Ze introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. Marleen Stikker, directeur van de Waag Society, zei in dat gesprek het noodzakelijk te vinden dat de overheid meer ruimte geeft aan initiatieven van burgers: “De overheid moet minder dominant zijn en zichzelf iets minder op de voorgrond plaatsen. Er zijn zoveel ideeën in de samenleving over zorgvuldig en nuttig gebruik van data. Laten we die ideeën benutten.”

Een andere architectuur

In het debat bestond veel overeenstemming over de grote uitdaging die data met zich meebrengt. Sandra van Heukelom-Verhage, advocaat-partner bij Pels Rijcken, stelde dat de overheid meer bezig moet zijn met de toekomst. “De huidige samenleving vraagt om een andere architectuur van onze overheid. We moeten onszelf anders gaan organiseren”, voegde Stikker daar aan toe.

Die architectuur ontstaat langzamerhand, mede door initiatieven van overheden en burgers, benadrukte Yvonne van der Brugge-Wolring, algemeen directeur Logius bij het ministerie van BZK: “Apps als Irma van de gemeente Nijmegen tonen ons dat we steeds meer toe gaan naar een online omgeving waarin we in plaats van hele bulken data, slechts enkele attributen met elkaar delen.”

Column Wouter Welling

In de onderbreking van het Reuring!Café sprak Wouter Welling, beleidsmedewerker Digitale Overheid bij het ministerie van BZK, een column uit. In de column stond hij stil bij de omgang met het vraagstuk van digitalisering binnen de overheid. “Net zoals velen van jullie, fiets ik wel eens naar mijn werk met een positief gevoel over wat we met z’n allen aan het doen zijn. Dat het de goede kant op gaat, dat we weten wat we aan het doen zijn en dat het mooi is dat ik daar een bijdrage aan mag leveren. Ook fiets ik wel eens naar mijn werk met een sombere stemming. Dan denk je: waar doen we dit allemaal voor, wat is het toch een puinzooi en waar zijn de competente mensen gebleven?”, zo sprak hij. Lees de volledige column hier terug.

Lea Bouwmeester, senior adviseur zorgtransformatie, digitale vaardigheden en e-health bij het ECP, platform voor de InformatieSamenleving, greep de column van Welling aan om nogmaals te benadrukken dat de ambtenarij ontzettend goed bezig is op dit thema.

Allocatie en representatie

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van de vragenstellers vroeg aan Stikker waarom databescherming nou zo belangrijk is. “Enerzijds door het vraagstuk van representatie en anderzijds door allocatie,” zo antwoordde ze: “kort gezegd dus omdat data het mogelijk maakt bepaalde diensten aan burgers toe te wijzen en omdat mensen door datagebruik in hokjes geplaatst worden. Verkeerd gebruik leidt tot verkeerde diensten en verkeerde hokjes.”

Van Wallenburg bedankte de gasten voor hun aanwezigheid. Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral te blijven eten.

Reuring!Café #91 | Column Wouter Welling | 1 april

Reuring!Café #91 | Column Wouter Welling | 1 april

Op maandagavond 1 april 2019 vond de 91ste editie van Reuring!Café plaats. Wouter Welling, beleidsmedewerker Digitale Overheid bij het ministerie van BZK, sprak in een onderbreking van het debat een column uit. Lees de column hier terug!

“Rond de overheid als databedrijf heb ik, geholpen door een fantastisch team, een reis mogen maken in een zesdelige MOOC. Zes mini-documentaires over belangrijke onderwerpen binnen de digitalisering van de overheid.

Ik wist een paar jaar terug niet hoe mooi werk als ambtenaar kon zijn. Dat je dit soort dingen zou mogen maken om onderwerpen bespreekbaar te maken. Prachtig om te mogen doen en een voorbeeld voor iedereen die denkt dat je op ministeries alleen boekenkasten met stoffige rapporten vult.

Maar dan de inhoud. In de MOOCs komen belangrijke vragen naar boven als:

  • Wat kunnen we verwachten als burgers in een datagedreven samenleving op het gebied van digitale grondrechten? 
  • Wat betekent dat dataficering van de overheid voor de organisatie van de overheid?
  • Waarom besteden we niet evenveel middelen aan het voortstuwen van de data gedreven overheid als aan de risico’s die komen kijken bij een data-overheid?

Op fietse

Net zoals velen van jullie, fiets ik wel eens naar mijn werk met een positief gevoel over wat we met z’n allen aan het doen zijn. Dat het de goede kant op gaat, dat we weten wat we aan het doen zijn en dat het mooi is dat ik daar een bijdrage aan mag leveren.

Ook fiets ik wel eens naar mijn werk met een sombere stemming. Dan denk je: waar doen we dit allemaal voor, wat is het toch een puinzooi en waar zijn de competente mensen gebleven?

Als ik somber ben:

  • dan denk ik aan een overheid die bij de grote uitvoeringsorganisaties data zo verknoopt heeft met applicaties en de frontend dat we de snelheid die de burger van ons vraagt echt niet meer kunnen bijbenen.
  • dan denk ik aan dat een groot gedeelte van onze publieke ruimte kwijt zijn aan bedrijven die vooral onze data willen en we daar eigenlijk machteloos in zijn.
  • dan denk ik aan steeds complexer wordende immense IT projecten waar op ministeries bestuurskundigen en juristen in ambtelijke taal welwillende IT’ers in de uitvoering uitleggen hoe de wereld moet worden.

Dan zie ik eigenlijk een overheid die het risico loopt om overbodig te worden. Soms fiets ik echter ook naar mijn werk in een optimistische bui. 

Als ik optimistisch ben: 

  • zie ik gegevens die bij de bron gelaten worden en diensten die steeds meer als één toegankelijke overheid aan de burger worden aangeboden.
  • zie ik dat in Nederland een onwijs grote privacy en online grondrechten beweging aan het ontstaan is die de overheid op een gegeven moment vanuit onze civil society gaat dwingen om in beweging te komen.
  • dan zie ik een overheid die door haar eigen complexiteit onder controle te krijgen snapt dat mensen recht hebben op een begrijpelijke overheid.
  • zie ik binnen en rond de overheid prachtige initiatieven opkomen die onze waarden verankeren: 
    • denk aan veilig chatten met Splendor,
    • veilige attributen delen met IRMA,
    • het digitale schoolplein op Mastodon,
    • filmpjes kijken via peertube,
    • veilig zoeken met Startpage.com
    • duurzaam bellen met Fairphone,
    • veilig kattenplaatjes kijken via OpenBook of Diaspora,
  •  Vrees niet, ik ga dit allemaal ergens publiceren, dan kunt u deze tools allemaal opzoeken en gebruiken.

Dan zie ik vooral dat het Nederlandse poldermodel waar voor ieder plan wel vijf critici zijn, niet het snelst werkt, maar misschien wel het beste werkt.

Eigenlijk

Als ik optimistisch naar mijn werk fiets. Dan leven wij misschien wel in het land waar, over 10 jaar, Amerikanen en Chinezen komen kijken, niet voor bloemen of klompen, maar om te zien hoe ze hun data samenleving hadden willen vormgeven.”

Verslag lunchbijeenkomst Publieke Dienstverlening | ‘Volg je onderbuikgevoel’ | 1 april

Verslag lunchbijeenkomst Publieke Dienstverlening | ‘Volg je onderbuikgevoel’ | 1 april

Dit artikel is geschreven door Rianne Waterval en oorspronkelijk gepubliceerd op platformoverheid.nl

Nederlanders rekenen publieke organisaties strenger af op hun prestaties dan organisaties uit de private sector, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden. Wat betekent dit in de dagelijkse praktijk? En hoe kan de overheid beter inspelen op de behoeften en verwachtingen van de burger? Dit staat centraal tijdens de bijeenkomst ‘Publieke dienstverlening: Ik ga ervan uit dat het werkt!’ op 1 april jongstleden.

‘Nederlandse publieke dienstverleners behoren tot de wereldtop. Maar de lat ligt steeds hoger en de dienstverlening ligt onder de loep.’ Aan het woord is Petra van den Bekerom, universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Samen met collega’s Joris van der Voet en Johan Christensen deed zij onderzoek naar de prestatiepercepties van burgers over publieke en private dienstverlening. In het auditorium van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zet ze de conclusies van het onderzoek uiteen.

Lees het hele verslag verder op de Platform O website 

 

Verslag Reuring!Café #90 | Robotic Process Automation | 19 februari

Verslag Reuring!Café #90 | Robotic Process Automation | 19 februari

Op dinsdagavond 19 februari vond de 90ste editie van Reuring!Café plaats. Thema was ditmaal Robotic Process Automation (RPA). In RPA, een van de nieuwste ‘vruchten’ van de digitale revolutie, schuilt een grote belofte voor overheden: snellere processen, betere besluiten, minder kosten en effectievere allocatie van resources. RPA beperkt de hoeveelheid menselijke handelingen in administratieve processen tot het hoogstnoodzakelijke door kennis en expertise te digitaliseren en vatten in algoritmes, waardoor expliciet gemaakt wordt wat mensen (impliciet) doen. Ambtenaren concentreren zich voortaan op complexe zaken en laten eenvoudige zaken aan de techniek. Maar wat is eenvoudig en wat is complex? Hoe verantwoordt de overheid haar ‘geautomatiseerde’ besluiten? Hoe wegen we voor- en nadelen ten opzichte van elkaar? Hoe behoudt de overheid de controle als ze haar verantwoordelijkheid ‘delegeert’ aan computers?

In deze editie van Reuring!Café gingen bank, host en debatleider in op de uitdagingen en dilemma’s waar bestuurders en ambtenaren dagelijks mee te maken hebben. Experts reflecteerden op de ontwikkelingen die RPA met zich meebrengt en spraken over de aandachtspunten bij implementatie van de techniek. Het panel van dit Reuring!Café was divers. De overheid en wetenschap waren beiden vertegenwoordigd.

Inclusiviteit waarborgen

Het programma startte met een korte voorstelronde van de bankgasten en de host. Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van IenW en voorzitter van de VOM, was ook bij dit Reuring!Café debatleider. Host was Dennis Struyk, directeur Publiek bij Ordina. Struyk sprak voorafgaand aan het debat al over de kansen die RPA biedt aan organisaties: “RPA is een mogelijkheid om heel efficiënt de schaarse middelen van organisaties in te zetten. Toch wordt de techniek nog niet geheel omarmt binnen de overheid. Mede door de ethische dilemma’s die eraan kleven. Laten we daarover vanavond het gesprek aangaan.”

Struyk introduceerde de bankgasten door middel van een limerick, waarna de gasten kort een één-op-één-gesprek voerden met debatleider Frequin. José Lazeroms, lid van de Raad van Bestuur van het UWV, stelde in dat één-op-één-gesprek dat zij vooral moeite heeft met RPA als het gaat over de bedreiging die de techniek meebrengt voor het zijn van een ‘inclusieve organisatie’: “Het klopt dat processen efficiënter ingedeeld kunnen worden met RPA, maar dat betekent vaak dat eenvoudige werkzaamheden door machines overgenomen worden. Bij het UWV worden die werkzaamheden onder andere uitgevoerd door mensen met een arbeidsbeperking. Het is onze verantwoordelijkheid als maatschappij om die mensen aan het werk te houden.” Bert-Jaap Koops, hoogleraar Regulering van Technologie bij de Universiteit van Tilburg, sloot zich hierbij aan: “Aan nieuwe technologieën zijn altijd normatieve vraagstukken verbonden.”

Waken voor een ‘innovatietheater’

Wouter Welling, beleidsmedewerker Digitale Overheid en presentator van de recent gepubliceerde MOOC ‘Digitalisering doet ertoe’ op OMOOC.nl, bracht vooral stellingen in vanuit het ‘rondje langs bestuurders en experts’ die hij maakte voor de MOOC. “Ik merk twee dingen. Enerzijds dat bestuurders vanuit de maatschappij een enorme druk ervaren om te innoveren, dat er steeds meer technologie beschikbaar is, maar dat ze eigenlijk nog bezig zijn met de vragen van gisteren. Technologie gaat soms te snel. Anderzijds merk ik dat we ervoor moeten waken dat we blijven hangen in het spreken over de mogelijkheden die technologie biedt. Alleen spreken over mogelijkheden en minder over wat moet en echt nodig is, creëert een soort innovatietheater.”, zo stelde hij.

Lazeroms sloot zich bij Welling aan en voegde aan zijn uitspraak toe dat organisaties niet moeten innoveren om het innoveren. Ook Arjan Widlak, directeur bij de Kafkabrigade, stelde dat innovatie vooral een middel moet zijn: “Laten we het met name hebben over de waarden die we samen willen nastreven. Op basis van die waarden kunnen we onze technologie inrichten. De taal van het systeem moet secundair zijn aan de taal van de maatschappij.”

De mens centraal

Na een korte pauze gaf Frequin ruimte voor vragen uit de zaal. Eén van deze vragen richtte zich op de aan de start van het debat door Lazeroms gemaakte opmerking: “Moeten we innovatie echt belemmeren om te voorkomen dat bepaalde mensen buiten de boot vallen?” Lazeroms beantwoordde deze vraag bevestigend: “We hebben met de politiek, overheid en het bedrijfsleven bepaalde werkafspraken gemaakt over mensen met minder kansen op de arbeidsmarkt. Nieuwe technologie moet zich ook aan die werkafspraken houden.”

Struyk bedankte de gasten voor hun aanwezigheid. “Laten we vooral het gesprek blijven voeren. In dit soort debatten, maar ook bij de vorming van techniek als RPA.”, zo stelde hij. Frequin sloot rond 18:30 uur het debat af en raadde iedereen aan vooral te blijven eten.

Nieuwe stagiair(e)s stellen zich voor!

Nieuwe stagiair(e)s stellen zich voor!

Per 5 februari zijn twee nieuwe stagiair(e)s bij de VOM begonnen. In dit korte nieuwsbericht stellen zij zich voor en leggen ze uit waarom ze bij de VOM stage lopen.

Mijn naam is Joost Jongenelen, 22 jaar en sinds een jaar woonachtig in de Hofstad. Ik zit momenteel in het derde jaar van mijn studie Bestuurskunde/overheidsmanagement aan de Haagse Hogeschool. Ik interesseer me in mijn vrije tijd vooral in politiek, bijvoorbeeld via een politieke jongerenvereniging. Daarnaast poog ik een aantal keer per week hard te lopen en bezoek ik zo nu en dan een museum.

Ik ben bij de VOM gekomen via een vacaturesite. Ik had er eerlijk gezegd niet eerder van gehoord, en moest dan ook via de website over hun activiteiten lezen. Ik was direct geprikkeld toen ik dit deed, want veel activiteiten liggen binnen mijn interessegebied. Gedurende mijn opleiding heb ik voornamelijk interesse ontwikkeld voor de New Public Governance (NPG) vraagstukken, bijvoorbeeld: hoe gaat de overheid om met de digitalisering?

Ik hoop me bij de VOM vooral te ontwikkelen en mijn theoretische kennis in de praktijk te mogen gebruiken, bijvoorbeeld op het gebied van projectmanagement. Hoe krijg ik dit project in juiste banen geleid? Ook hoop ik wat mee te krijgen van de politiek-ambtelijke verhoudingen: hoe verhoudt de politiek zich tot een ‘apolitiek’ ambtelijk apparaat, en zijn hier spanningen? Ik zal me bij de VOM bezighouden met de Reuring Café’s, Overheidsawards en Platform O.

Hoi! Mijn naam is Giulia van Zwam, ik ben 22 jaar oud en sinds een paar maanden officieel Leidenaar. Ik ben nét klaar met mijn bachelor European Studies en wil voordat ik met mijn master begin wat meer werkervaring opdoen in de publieke sector. Waar kan dat nou beter dan bij de Vereniging voor OverheidsManagement?

Tijdens mijn studie heb ik me veel beziggehouden met het bestuderen van de overheid en publiek beleid. Hoe zorg je ervoor dat de juiste mensen aan elkaar verbonden worden in de publieke sector om zo beter beleid te maken? Hoe betrek je mensen op een actieve manier bij besluitvormingsprocessen? Ik kijk er erg naar uit om tijdens mijn stage bij de VOM juist de vertaalslag naar de praktijk te maken door te werken aan de Overheidsawards en OMOOC. Twee ontzettend interessante én maatschappelijk betrokken projecten.

Als ik niet bezig ben met mijn werk voor de VOM, kan ik erg genieten van een goed boek en maak ik graag gebruik van mijn museumjaarkaart. Ook ben ik altijd in voor een goed gesprek over maatschappelijke kwesties onder het genot van een goede koffie!