door Paul Robben
Egbert is twee maanden aan het werk op het Kenniscentrum van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Net afgestudeerd, zijn eerste baan en ambitieus. In het aanstellingsgesprek onderhandelt hij stevig over zijn salaris, hij neemt geen genoegen met de standaard inschaling voor zijn functie. Dit blijkt de voorbode te zijn van een nieuwsgierige en kritische benadering van zijn werk: junioronderzoeker in het evaluatie programma van toezicht. “Hoe kan ik nu een inspectie-instrument evalueren als het doel niet duidelijk is, als niet duidelijk is wat is de IGZ met dit instrument wil bereiken”. Hij laat zich door mij niet het bos insturen met de mededeling“ dat hij de stukken goed moet bestuderen, daar staat het doel in”. Zijn aanhouden prikkelt mij en ik moet hem deels gelijk geven. Lang niet altijd zijn de doelstelling van van het toezicht duidelijk en expliciet geformuleerd.
Egbert staat niet alleen in zijn kritische en vragende houding. Ook bij andere jonge medewerkers en stagiaires kom ik deze houding tegen. Wat voor mij en mijn collega’s vanzelfsprekend en duidelijk lijkt te zijn, is dat voor de jonge garde niet.
Lastig is het soms wel maar deze jonge klare scherpt de oudgedienden. De onbevangen en objectieve blik en een vleugje naïviteit werken heel verhelderend.
De oude klare heeft eveneens veel te bieden: evaluatieonderzoek gaat vaak niet volgens het boekje, maar met vallen en opstaan. De omstandigheden waarin het onderzoek plaats vindt en daarbij horende andere belangen spelen soms een belangrijkere rol dan sec de onderzoekvraag. De resultaten uit onderzoek worden vaak niet zomaar overgenomen en toegepast in de praktijk, hoe terecht en goed de aanbevelingen ook zijn. De implementatie van onderzoeksresultaten, is een kunst. En soms is het beter de resultaten te laten liggen tot de tijd rijp is. Overtuigen, aansluiten bij de gedachtewereld van de ander, begrip opbrengen, geduld en humor zijn goede ingrediënten om je doel te bereiken. En daarin kan de oude garde de jonge klare veel leren. De uitdaging voor oud en nieuw is van elkaar te leren en een open sfeer en vruchtbare bodem voor nieuwe ideeën te creëren.
Stagiaires zijn leergierig en gemotiveerd om hun afstudeer onderzoek bij de IGZ te doen. Een enkeling is briljant. Allen vinden ze het spannend om bij een landelijke opererende organisatie die werkt op het raakvlak van politiek, beleid en gezondheidszorg een kijkje in de keuken te nemen. Hoe werken ze hier, wat kan er beter? Natuurlijk kost de begeleiding veel tijd en lukt het een enkele keer ook niet en is de stageopdracht te hoog gegrepen. Het is mooi mee te maken hoe stagiaires in vijf maanden tijd zich een plek verwerven, in de praktijk hun eerste serieuze ervaring opdoen als onderzoeker en zich leren bewegen in een complexe organisatie. De presentatie van hun onderzoek en het bepalen van een eindcijfer in overleg met hun universitaire begeleider zijn een hoogtepunt. zeker als ze zich een beeld gevormd hebben van hun ambities en loopbaan mogelijkheden. Mooi meegenomen als ze een positief beeld hebben gevormd van de diversiteit van overheidsfuncties en de loopbaanmogelijkheden in deze sector.
Meerdere stagiaires in dezelfde periode biedt voordelen; hun onderlinge uitwisseling draagt bij aan een goede leeropbrengst, competitie stimuleert het maximale uit de opdracht te halen en daarnaast wordt op weinig kamers zoveel gelachen en geleden als op de stagiairekamer.
Een tijdelijke functie voor jonge nieuwe medewerkers is in eerste instantie een teleurstelling, maar beter voor hun loopbaan. Voor jonge medewerkers is het goed niet te lang te blijven op de eerste werkplek. Kijk om je heen en geef jezelf de kans een brede ervaring op te doen. Verschillende werkgevers verrijken je werkervaring, je inzicht in organisaties en vergroten je inzicht in welke werkomgeving nu echt bij jou past. Voor specialisering, verdieping en vastigheid heb je een heel leven.