door Mirko Noordegraaf
Egbert houdt er van om in zijn torenkamer te komen.
Hij heeft het gevoel dat ie daar een beetje rustig over de dingen kan nadenken.
Want iedereen weet Egbert te vinden, althans zo voelt het wel.
Als er wat aan de hand is, dan komen z’n vrienden, maar ook veel vreemden bij hem langs.
Op zich is dat niet zo verwonderlijk, want in de wijde omgeving staat Egbert bekend als iemand die goede opvattingen heeft over de dingen die gebeuren.
Maar dat is ook eigenlijk wel lastig, want iedere keer moet ie toch maar weer met van die goede opvattingen komen.
Als Egbert in zijn torenkamer zit, dan kan hij de mensen soms beneden zien staan,
En hij kan ze ook horen, en dan vooral dat ze boos zijn, of verdrietig of vrolijk.
Maar in zijn torenkamer kan hij ook een beetje afstand nemen, van die nogal warrige wereld.
Vandaag bijvoorbeeld, was Stefan de Koning langsgekomen.
Geen echte Koning natuurlijk, maar wel iemand die wist wat ie wilde.
Stefan wilde deze keer bijen in zijn tuin, maar zijn buurman vond dat helemaal niks.
‘Je haalt het niet in je hoofd’, had zijn buurman gezegd.
Egbert kende die buurman wel, dat was namelijk Alex de Slijper.
Die was gewoon erg gesteld op zijn privacy.
Verder niet lastig of zo, maar hij wilde niet lastig gevallen worden.
En blijkbaar al helemaal niet door bijen.
Maar Stefan vond dat zijn buurman eigenlijk een aansteller was, want bijen – daar heb je toch geen last van?
Egbert had het verhaal van Stefan aangehoord en toen hij in z’n torenkamer zat, ging ie over een oplossing nadenken.
Dat was nog niet zo makkelijk, want allebei de buurmannen hadden wel een beetje gelijk.
In zijn torenkamer vond Egbert het altijd prettig om wat mensen vonden als een soort van stemmen te zien.
Dan hoorde Egbert dus eigenlijk verschillende stemmen.
Soms botsen die stemmen, zoals bij Stefan en Alex, en soms gaan ze gewoon langs elkaar heen.
En soms belt Egbert dan iemand op, of hij nodigt iemand uit, om er ook nog eens een echte stem over te horen.
Wat Egbert dan probeerde was om een soort van eigen stem te vinden.
Met die stem spreekt ie dan en maakt hij duidelijk wat zijn opvatting is.
Misschien dat zijn opvattingen daarom zo nuttig zijn.
Egbert zijn stem brengt vaak een beetje rust en orde, alsof het de rust van zijn torenkamer weerspiegelt.
Het gaat blijkbaar niet alleen om wat ie zegt, maar ook hoe hij het zegt.
Vandaag heeft Egbert het volgende bedacht en dat vertelde hij ook aan Stefan, en later aan Alex:
‘Bijen hoeven bij voorbaat geen probleem te zijn, want je hoeft er geen last van te hebben en ze maken nog lekkere honing ook.’
‘Natuurlijk kan er wel ‘ns iemand gestoken worden’, vervolgde Egbert, ‘maar misschien gaat het daar helemaal niet om.
Misschien vindt Alex het gewoon lastig dat hij niet direct iets over jouw beslissing heeft te zeggen.’
‘Weet je wat we dan moeten doen?”, vroeg Egbert.
‘We moeten gewoon een soort van procedure verzinnen waardoor Alex het gevoel krijgt dat ie er iets over te zeggen heeft.’
Het woord procedure sprak hij extra duidelijk uit.
Daar kon Egbert ze wel mee helpen, zei hij erbij.
‘Dan ga ik een beetje over jullie, zodat jullie over elkaars zaken gaan.’
De procedure die Egbert voorstelde was eigenlijk heel simpel:
Stefan kon z’n bijen kopen, maar Alex mocht meepraten over waar de bijenkorven kwamen te staan.
En ze spraken af dat ze met zijn drieën in de gaten zouden houden of Stefan’s bijen niet te ver gingen.
Dat is eigenlijk best wel slim, van Egbert.
Niet alleen dat je door wat je zegt en hoe je het zegt problemen en gedoe kunt verminderen,
Maar ook dat je een manier vindt om al die stemmen een stem te geven.
Of eigenlijk, dat je de stem van iemand als Alex de Slijper ook een beetje over zijn buurman laat gaan.
We moeten natuurlijk nog maar afwachten hoe het met de bijen zal gaan.
Maar ik denk dat Stefan en Alex wel een honingfeestje zullen geven.
Met slingers, en lekkere knabbeltjes, en natuurlijk bloemen – heel veel honingbloemen.